Je hebt vast ooit wel gehoord van Maria van Bourgondië. Maar wist je dat er nog een andere Maria van Bourgondië was?
En wat dacht je van het personage Michel Ardan?
Ben je ooit op John Condon, Jimmy Duffy of H.J.I. Walker gestoten?
Komt de naam Felix Nadar je bekend voor?
En Moeder Godelieve en Zuster Clemence, ken je hen?
En Mary Riter Hamilton?

Nee? Maak je geen zorgen. Je gaat deze mensen mettertijd hier leren kennen. En ik kan je nu al verklappen dat ze allemaal op de een of andere manier verbonden zijn met Sint-Juliaan.

Hieronder geef ik je alvast een kleine inleiding…

In de prehistorie van het internettijdperk, maakte ik een websitetje over een Ierse soldaat die in de omgeving van Mouse Trap Farm (net buiten grondgebied Sint-Juliaan op grondgebied Ieper) sneuvelde op het einde van de Tweede Slag bij Ieper (De slag van de eerste gasaanvallen).

John Condon is de geschiedenis ingegaan als jongste gesneuvelde militair van de Eerste Wereldoorlog.
Samen met enkele andere mensen (Aurel Sercu, Dominiek Dendooven, Geert Spillebeen) probeerden we destijds te achterhalen hoe het nu precies zat met John…

Voor mij persoonlijk zijn dit de besluiten:

  • Onder de grafsteen van John Condon ligt iemand anders die op de Menenpoort vermeld staat als vermiste.
  • De leeftijd ‘Age 14’ die aan John Condon wordt toegeschreven, klopt niet…


Later komt hier nog extra duiding over.
Maar ondanks al onduidelijkheden, blijft het een boeiend verhaal!

Geert Spillebeen schreef er het jeugdboek ‘Age 14’ over.
Ikzelf maakte een website over John onder dezelfde naam: ‘Age 14‘.
Op die website vind je echter geen info over mijn bovenstaande besluiten.
Ik laat jullie nog even in spanning 😉

Ook over deze jongeman schreef Geert Spillebeen een boek in de reeks ‘Wablieft’-boeken (klare taal – goed verhaal).

“Boston, april 1914. James Duffy, een jonge Ier die in Schotland opgroeide maar als 21-jarige emigreerde naar Canada, wint de prestigieuze marathon van Boston na een ijzingwekkende eindstrijd. Zijn eerste verzoek na de finish is om een sigaret, zijn tweede om een flesje bier. De flamboyante Duffy geniet met volle teugen van het leven. Hij combineert dit met harde trainingen en opeenvolgende overwinningen. Duffy, een van de grootste looptalenten van zijn generatie, kan volgens zijn Canadese achterban het Olympisch marathongoud in 1916 niet ontlopen.

Hamilton (Canada), augustus 1914. De Eerste Wereldoorlog breekt uit. Duffy meldt zich enthousiast als vrijwilliger, voor de goede zaak, voor die ene grote – vermoedelijk toch korte – wedstrijd. The greater game. In april 1915 komt Duffy in België aan en wordt hij bij Ieper gelegerd. Op 22 april 1915 slaan de Duitsers met de eerste gasaanval in de geschiedenis een bres in de verdediging rond Ieper. Het 16e bataljon (The Canadian Scottish) waartoe Duffy behoort, moet rond middernacht een tegenaanval uitvoeren en de Duitsers uit het Kitchener’s Wood (Sint-Juliaan) verdrijven. Duffy loopt niet ver. Zwaargewond wordt hij naar een veldhospitaal gebracht. Hij overlijdt aan zijn verwondingen op 23 april 1915.”

Zie hier een link.



Uit wikipedia:
Duffy werd geboren in Ierland en groeide op in Edinburgh, Schotland, nadat zijn gezin daar naartoe was verhuisd toen hij nog een kind was. Hij nam volgens zijn latere verslag deel aan cross-country races in Schotland en behaalde vele overwinningen. In 1911 verhuisde hij naar Canada, waar hij in Toronto werkte als tinnegieter en steenhouwer. In zijn vrije tijd bezocht hij de Central YMCA, waarvan de directeur al snel zijn talent herkende.

Duffy vertegenwoordigde de Central YMCA en werd tweede in de Ward Marathon van 1911, een evenement van 32 km in Toronto. Tijdens de race stopte Duffy om ruzie te maken met supporters van een andere loper. In mei 1912 liep hij de Spectator Marathon in Hamilton, Ontario, die dat jaar diende als de Canadese Olympische proef. De race, die werd teruggebracht tot 31 km, werd gelopen onder buitengewoon warm en vochtig weer. Slechts acht van de vijfentwintig starters haalden de eindmeet. Duffy zelf had zijn kracht overschat, maar kwalificeerde zich voor de Olympische Spelen door op de tweede plaats te eindigen achter Harry Jensen uit de Verenigde Staten, die hem in de laatste mijl passeerde en met twintig seconden won.

Duffy vertegenwoordigde de Central YMCA en eindigde als tweede in de Ward Marathon van 1911, een evenement van 20 mijl (32 km) in Toronto. Tijdens de race stopte Duffy om te discussiëren met supporters van een andere loper. In mei 1912 liep hij de Spectator Marathon in Hamilton, Ontario, die dat jaar diende als de Canadese Olympische proef. De race, die werd teruggebracht tot 19 mijl (31 km), werd gehouden onder buitengewoon warm en vochtig weer. Slechts acht van de vijfentwintig starters voltooiden de race. Duffy had zijn kracht overschat maar kwalificeerde zich voor de Olympische Spelen door op de tweede plaats te eindigen achter Harry Jensen uit de Verenigde Staten, die hem in de laatste mijl passeerde en met twintig seconden won.

Onder Thomson’s leiding won Duffy zeven opeenvolgende marathons, waaronder één in Yonkers, New York. Op 20 april 1914 triomfeerde Duffy in de Boston Marathon met een tijd van 2:25:01. Zijn succes was zo bekend geworden dat de bookmakers in Boston terughoudend waren om hoge weddenschappen aan te nemen op zijn overwinning. De race werd een ware thriller, waarbij de mede-Canadese hardloper Édouard Fabre het tempo van Duffy de hele tijd bijhield. Pas in de laatste mijl kon Duffy een kleine voorsprong nemen en won hij de race met vijftien seconden voorsprong. Na zijn overwinning vroeg Duffy als eerste om een sigaret, en na zijn medisch onderzoek na de race vroeg hij om een flesje bier.

Na de Boston Marathon ging Duffy professioneel lopen en verloor zijn eerste professionele race van Édouard Fabre. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde Duffy zich bij het Canadese leger. Hij trad toe tot het 91e Argyle Regiment en werd later overgeplaatst naar het 16e Bataljon van de Canadian Expeditionary Force.

Duffy werd gedood tijdens een aanval op de Duitsers terwijl hij diende bij het 16e bataljon in de Tweede Slag om Ieper op 23 april 1915, acht dagen voor zijn vijfentwintigste verjaardag en vier dagen nadat Édouard Fabre de Boston Marathon van 1915 had gewonnen.