



Heel toevallig kwam ik net voor Kerstmis 2024 een pakje met 24 opstelletjes op het spoor die 110 jaar geleden geschreven werden door meisjes die verbleven in “L’orphelinat Belge de Wisques”, het meisjesweeshuis dat zijn oorsprong vond in het vooroorlogse weeshuis van Sint-Juliaan.
‘Wisques’ werd door de kloosterzusters van Sint-Juliaan gerund en de eerste 19 meisjes kwamen effectief uit Sint-Juliaan. De andere 20 à 30 meisjes uit het weeshuis van Sint-Juliaan hadden bij het uitbreken van de oorlog onderdak gevonden bij familieleden. Na de opstart in Wisques groeide de groep er in enkele maanden tot een 130 meisjes, vooral afkomstig uit de regio tussen Roeselare en Ieper.
De meisjes die er in de klas van onderwijzeres en tevens Moeder-Overste Soeur Godelieve zaten, kregen van haar een opdracht die vermoedelijk ergens als volgt moet geklonken hebben:
“Meisjes, jullie moeten een opstel van een bladzijde en half schrijven. Daarin moet staan wie jullie zijn, waar jullie voor de oorlog woonden, hoe jullie familie in mekaar zat, waarom en wanneer jullie gevlucht zijn, wat er gebeurde tijdens die vlucht en dat jullie hier nu in Wisques zijn. Vergeet zeker niet er nog bij te schrijven dat jullie het hier goed stellen, dankzij E.H. Bestuurder en de goede zorgen van de zusters!”
De bedoeling van de stelopdracht was dubbel.
Enerzijds was het voor de bestuurders een middel om iets meer te weten te komen over de achtergrond van de kinderen die in Wisques terecht kwamen. Zeker in de eerste opstartmaanden was alles niet zo duidelijk: de meeste meisjes kwamen er als ‘wees’ toe. Een toelatingsvoorwaarde was immers dat minstens één van de ouders moest overleden zijn, maar veel van de meisjes hadden géén ouders meer. Veel ouders, maar ook broertjes of zusjes waren overleden ten gevolge van de heel zware en besmettelijke tyfusepidemie die vooral in de periode januari-mei 1915 de Westhoek teisterde. Er waren ook nogal wat sterfgevallen door krijgsverrichtingen als artilleriebeschietingen of de allereerste gasaanval op 22 april 1915. Veel meisjes waren bij hun aankomst in Wisques al een half jaar ‘op den tsjool’, waren ondervoed, uitgeput, vervuild en beschikten zelf meestal niet over officiële documenten.
Anderzijds werden die opstellen later gebruikt om te vertalen om op die manier te gebruiken om fondsen te werven om de werking van het weeshuis draaiend te houden. Veel van die opstellen zijn zo in het Verenigd Koninkrijk terechtgekomen via de Friends’ Ambulance Unit of in de Verenigde Staten via het American Red Cross.
Het kunnen lezen van die handgeschreven getuigenissen van meer dan 110 jaar geleden is een bijzondere ervaring. Het zijn waardevolle tijdsdocumenten die het verdienen om verder uitgewerkt en gedocumenteerd te worden!
Die uitwerking zal wellicht o.a. gebeuren door middel van een ‘Podcast’.
Eén jaar na de vondst zijn álle 24 opstellen ingelezen door meisjes uit Sint-Juliaan: de meisjes van het vijfde en zesde leerjaar van de Vrije Basisschool Sint-Juliaan namen de ‘lichtste’ opstellen voor hun rekening. Zij kregen voor de inhoudelijk zwaarste teksten hulp van oud-leerlingen van de school…
Je kunt die opstellen hieronder beluisteren. Zo hoor je hoe meisjes uit Sint-Juliaan hun leeftijdsgenoten van ruim 110 jaar geleden een stem geven…
Wil je enkele opstellen zelf zien, dan kun je voorlopig terecht in de tijdelijke tentoonstelling ‘Ontheemd’ van het In Flanders Fields Museum in Ieper. Daar liggen er enkele in de ‘Wisques-kast’, samen met enkele ‘Voorwerpen met een verhaal’ die we enkele jaren geleden vonden in de tijdens renovatiewerken ontdekte vooroorlogse kelder van het weeshuis.
De opstellen
Als je alle opstellen naast mekaar leest of beluistert, dan weet je dat er destijds door Soeur Godelieve een duidelijke structuur werd opgegeven: wie ben je, waar woonde je, hoe zit je familie in mekaar, wanneer en waarom moest je vluchten en wat gebeurde er tijdens die vlucht?
Op het einde werd er ook een soort waarderend woordje verwacht voor oprichter Camille Delaere en voor de ‘Eerweerde Zusters’, een obligaat alineaatje dat de meeste meisjes niet vergaten te schrijven…
Veel opstelletjes zijn afgewerkt ‘Klaar voor publicatie’, op enkele opstelletjes zie je nog de verbeterrichtlijnen van Soeur Godelieve, één opstelletje (in feite het meest dramatische) bevindt zich nog in de volledige kladversie. Dat hebben we zelf moeten ontcijferen om ‘af te werken’ en is daardoor een stuk minder authentiek dan de andere, maar inhoudelijk konden we dit kladopstel echt niet achterwege laten omwille van de inhoud…
Enkele opstellen hebben we vertaald uit het Frans, wellicht hervertaald. Die zijn in hetzelfde handschrift geschreven, heel netjes, dus wellicht niet door de meisjes zelf. Wellicht zijn dat exemplaren van de vertalingen die Camille Delaere zelf vermeldt om later in de oorlog te gebruiken om zo fondsen te werven. Een techniek die op vandaag nóg steeds wordt gebruikt.
Jammer genoeg (voor de geschiedschrijving van Sint-Juliaan) zijn er maar twee opstellen van meisjes die effectief vanuit het weeshuis in het dorp vertrokken zijn. Ik vermoed dat er nog andere opstellen van meisjes uit Sint-Juliaan zullen geweest zijn, maar dat die tijdens de oorlog voor de fondsenwerving verstuurd werden.
Eén van die twee opstellen werd geschreven door Rachel Christiaens, één van de oudste meisjes. Zij noteert in potloodschrift “Elk schartelde achter eene brok om het in de kelder te verbergen”, omdat ze maar weinig konden of mochten meenemen. Dát zinnetje van 110 jaar geleden kunnen lezen op het originele cahierpapier, enkele jaren nadat je zelf die niet-gekende en opgevulde vooroorlogse kelder toevallig hebt ontdekt mét daarin een aantal van die voorwerpen die ze er wellicht verborgen, dát geeft een zeer bijzonder gevoel…
Het tweede en zeer uitgebreide opstel is in feite nooit afgewerkt geraakt. Het eindigt met de eerste hoofdletter van een nieuwe zin. Er staat jammer genoeg géén naam bij. Het blijft gissen wie van de 19 meisjes uit Sint-Juliaan die in Wisques belandden het zou kunnen geweest zijn. Ik ben een hele tijd overtuigd geweest dat ik de schrijfster, door het samenleggen van details uit diverse bronnen, nagenoeg met zekerheid kon identificeren… tot één klein detailtje mijn puzzelwerk onderuit haalde. Was toen een beetje balen…
Het is wel hét opstel dat de laatste dagen van het vooroorlogse leven in Sint-Juliaan het best weergeeft. Voor de heemkunde van het dorp een belangrijke tekst!
Nog één iets: de meisjes die op dinsdag 20 oktober 1914 uit het weeshuis van Sint-Juliaan vertrokken zijn, hebben het tijdens hun vlucht nog vrij goed getroffen in vergelijking met hun lotgenoten die later aansloten in Wisques. Zij waren in groep, waren onder begeleiding, hebben weliswaar veel drukte en verwarring gezien, de kleintjes doodmoe van het stappen, maar hebben wellicht weinig écht gevaarlijke situaties meegemaakt. Eén dag na hun vertrek uit Sint-Juliaan bevonden ze zich al in de relatieve veiligheid van het kleine Sint-Jan-ter-Biezen (voorbij Poperinge).
Hun lotgenoten hebben máándenlang echt ‘getsjoold’, veel ontberingen gekend, familieleden verloren, … Dít zijn dikwijls dramatische verhalen waar je niet echt vrolijk van wordt!
Adronie Boudry (Geluveld)
Adronie Boudry
Op de namenlijst van Wisques de allereerste op de lijst…
Het énige meisje dat haar verhaal níet met een opstel tot ons bracht, maar wel live!
Méér dan 30 jaar geleden (rond 1994) vertelde zij mij háár Wisquesverhaal, guitig, goed van geheugen, gedetailleerd, voor later…
De rest van jouw verhaal komt nog, Adronie, beloofd!
“Je moet maar zeggen da ‘k up mien 96 benne”
Laura Bovyn (Ieper)
Voorvallen sedert den oorlog
Voor den oorlog waren wij met eenige weeskinderen in Yper in ’t hospitaal der Zwarte Zusters. Wij waren daar zeer gelukkig.
Op eens hadden wij hooren zeggen dat Oostenrijk den oorlog verklaard had aan Serbië, maar wij hadden nooit kunnen denken dat aan ons lief Vaderland het zelfde lot zou overkomen.
Dit duurde niet lang, ongelukkiglijk…
Madeleine Brachez (Staden)
Lotgevallen sedert den oorlog
Wij leefden gelukkig in ons huis tot Staden met moeder en met 3 zusters, maar vader die soldaat was lag te Antwerpen in het hospitaal.
Zonder denken dat het gevaar al ’t onzent ging komen, deden wij gerust ons werk voort, maar op een avond in october 1914 vielen er zoo vele bommen dat wij verplicht waren te vertrekken; wij vertrokken met onze gebuur, zonder iets mede te nemen…
Irma Cattrysse (Oostende)
Irma Cattrysse
We leefden gelukkig in het ouderlijk huis in Oostende — vader, moeder en acht kinderen. Tot op een dag het bericht kwam dat er oorlog was uitgebroken. Eerst dachten we dat het niet zo’n vaart zou lopen, dat ons geliefde België gespaard zou blijven. Maar al gauw werd duidelijk dat het ernst was: de Duitsers rukten op en verspreidden zich over Vlaanderen…
Rachel Christiaens (Sint-Juliaan)
Voorvallen sedert den oorlog
Jezus – Maria – Jozef.
Zonder kommernis leefden wij zeer gelukkig bij de Eerweerde zusters Paulinnen tot Sint-Juliaan.
Wij waren omtrent met 40 kinderen, toe al met eens dien wreeden oorlog uitbrak, wij zeiden: ‘dat zal toch nooit alhier zijn’…
Isabelle Cokele (Menen)
Voor de oorlog waren we zo gelukkig waar we woonden.
Mijn zus en ik woonden bij onze oom en tante in Menen. Ze hadden ons in huis genomen als hun pleegdochters, omdat onze ouders overleden waren.
Papa stierf op 19 juni 1909 en mama op 12 september 1909.
Papa was een handelaar.
Emma Declercq (Dikkebus)
Emma Declercq
Mijne lotgevallen binst den oorlog
Vóór den oorlog woonde ik te Dickebusch en wij waren werkmenschen en wij leefden bij vader en moeder, wij zijn zeven kinderen als den oorlog begon was ik 10 jaar oud en Maria 8 jaar en Godelieve was 2 ½ jaar. Wij zijn moeten vluchten naar Stavele…
Marie-Louise Dedier (Westrozebeke)
Marie-Louise Dedier
Mijne lotgevallen binst den oorlog
Vóór den oorlog, wij woonden te West-Roosebeke. Wij hielden winkel, herberg en bakkerij. Ik woonde daar met mijne ouders, met Martin en André en Godelievetje. Dan was ik bijna acht jaren oud. Martin was dan 6 jaren, André 2 jaren en Godelievetje was slechts één jaar. Wij zijn gevlucht omdat de Duitschers nader en nader kwamen…
Maria Degrijse (Roeselare)
Maria Degrijse
Mijne lotgevallen binst den oorlog
Vóór den oorlog woonden wij te Roeselaere met vader en moeder en zes kinderen. Wij breiden kousen met de machine. Wij zijn gevlucht omdat de Duitschers daar waren en dat ze begonnen de stad beschieten. Vader is achtergebleven bij een Madam die benauwd had van de Duitschers…
Octavie Demeulenaere (Dikkebus)
Octavie Demeulenaere
Mijne lotgevallen binst den oorlog
Vóor den oorlog was ik te Dickebusch kom wonen bij mijne grootvader en mijn grootmoeder op eene hofstede. Op zekere dag in de maand October 1914 ik weet niet juist wanneer was ik naar school gegaan, om negen uren kwam Mijnheer de Pastoor ons zeggen, dat wij moesten naar huis gaan omdat de Duitschers naar Dickebusch kwamen…
Maria Devos (Poperinge)
Maria Devos
Mijne lotgevallen sedert den oorlog
In den tijd van vrede waren wij zeer gelukkig te huis, wij waren daar met moeder en vijf kinderen, vader was sedert twee jaren dood. Wij woonden te Poperinghe in de Yperstraat. Den 24sten April begonnen de Duitsche de stad te bombardeeren maar wij vluchtten nog niet…
Martha Dillies (Geluwe)
+
Martha Dillies
Voor de oorlog woonde ik bij mijn tantes in Geluwe. Ik had het daar heel goed.
Mijn ouders woonden op een boerderij in Zarren.
Toen de oorlog uitbrak, ging ik samen met mijn tantes naar Zarren, naar mijn ouders. De Fransen die het dorp bezetten, zeiden dat we de volgende dag moesten vertrekken. Mijn vader bleef thuis, mijn moeder ging met ons mee. We namen niet veel mee, want we dachten dat het maar voor een paar dagen zou zijn…
Jeanne Doolaeghe (Ieper)
+
Jeanne Doolaeghe
Voor de oorlog woonde ik in Ieper, samen met mijn vader en moeder, drie broers en drie zussen.
Mijn vader werkte bij de tram, en mijn moeder was naaister.
De Engelsen lieten ons de stad verlaten uit voorzorg…
Maria Hardy (Zuidschote)
Maria Hardy
Mijne lotgevallen binst den oorlog.
Voor den oorlog woonde ik met mijne moeder en mijne twee broeders te Zuidschote en wij waren werkmenschen. Sedert twee jaar was vader gestorven, bij het los breken van den oorlog was ik 11 jaar oud en was de oudste. Wij moesten vluchten opdat de duitsche niet ver meer waren en wij waren zeer droevig…
Maria Knockaert (Geluveld)
J.M.J. Mijne lotgevallen binst den oorlog
Voor den oorlog leefden wij bij vader en Moeder op een hofstede, te Gheluvelt. Wij waren vijf kinderen 2 knechtjes en 3 meisjes ik ben de oudste en bij het ontstaan van den oorlog had ik elf jaren. De menschen waren bijna al vertrokken uit vrees van de Duitschers…
Marguerite Larnout (Beselare)
Toestand van den oorlog
Wij zijn 9 kinderen: 5 zonen en 4 dochters.
Wij waren zoo gelukkig voor den oorlog met vader en Moeder te Becelaere, toen al met eens eenen oorlog uitbrak.
Ziehier de omstandigheden van onze vlucht: in de maand October zijn wij vertrokken op eenen woensdagnamiddag uit vrees van het geschot der duitschers…
Rachel Penet (Westrozebeke)
Rachel Penet
Mijne lotgevallen binst den oorlog.
Vóór den oorlog woonde ik te West-Roosebeke bij moeder en mijne zuster Marcella. Ik was negen jaar oud, en Marcella twee jaar jonger. Vader ging altijd naar Frankrijk gaan werken. Wij hebben moeten vluchten, in October 1914, opdat den Duitsch naderde en dat wij in gevaar waren van dood geschoten te worden…
Marguerite Roelens (Komen-ten-Brielen)
Marguerite Roelens.
Jezus Maria Jozef.
Mijne lotgevallen binst den oorlog.
Voor den oorlog woonde ik te Komen-ten-Brielen, met vader moeder negen broeders en vier zusters Vader was een jager, en moeder deed het huiswerk. Wij moesten vluchten van de Engelschen omdat de Duitschen af kwamen, mijne zuster Héléna die 21 jaar oud was is achter gebleven: zij was in eene hofstede aan t werk, en zij wist niet dat wij moesten vluchten…
Palmyre Sarrazin (Komen)
Palmyre Sarrazin
Mijne lotgevallen binst den oorlog.
Voor den oorlog woonde ik te Komen met Onkel en Tante. Onkel werkte bij de boeren en Tante deed het huiswerk. Wij alle drie hebben gevlucht omdat de duitschers nader kwamen en Komen beschoten, wij lieten ons huis achter, onze meubels, onze twee geiten, onze hennen en konijnen…
Een onbekend meisje (Sint-Juliaan)
Mijne lotgevallen sedert den oorlog
Vóór den oorlog woonde ik te St Juliaan in het weezenhuis de Zusters Paulinen van Kortrijk. Wij waren met vijf en veertig kinderen. Als ik hoorde spreken van de Duitschers, ik was zeer bevreesd. Wij hadden altijd de gewoonte van ’s avonds een paternoster te lezen voor den heiligen Vincentius. Wij waren in de school bezig met leezen, de menschen kwamen zeggen dat de Duitschers daar waren, dat was een gerucht, al de moeders kwamen toegeloopen achter hunne kinders…
Maria Stragier (Moorslede Slyps)
J.M.J.V.
Maria Stragier
Mijne lotgevallen binst den oorlog
Voor den oorlog woonden wij te Moorslede-Slyps, wij waren op eene hofstede bij Vader die ziek was, en Moeder, wij zijn met zeven kinderen en ik ben de oudste, ik was schaars 9 jaar oud als wij vluchten wij leefden in welstand. Wij zijn gevlucht den 19den October in het jaar 1914, omdat de Duitschers zoo naar waren, en voor het geschot…
Martha Timperman (Dikkebus)
J.M.J.
Martha Timperman
Mijne lotgevallen binst den oorlog.
Vóór den oorlog woonde ik te Dickebusch bij vader, en vader was een werkman. Moeder was gestorven in Januari 1913. Wij zijn met zes kinderen 2 knechtjes en 4 meisjes.
Mijn kleinste broerken was 1 jaar oud, de twee oudste waren een van 13 en de andere van 16 jaar oud ik was 11 jaar oud en mijn andere zuster was er 9 jaar oud en de tweede jongste was 6 jaar oud. Als de duitschers naderden begonnen zij geweldig te schieten…
Emma Vanassche (Passendale)
Emma Vanassche
Vertrek van Passchendaele
De eerste dagen van Augustus 19147 verklaarde Duitschland onrechtveerdig den oorlog tegen België. Ik woonde tot Passchendaele, mijn vader was metser en wij hielden winkel, mijne moeder was sedert veertien dagen gestorven als de oorlog losbrak; wij bleven met vader en zes kinders. Het jongste was zes maanden oud, een broerke vijf jaar oud en ik negen jaar en drie oudere…
Madeleine Vandewaetere (Hooglede)
Voorvallen sedert den oorlog
Voor den oorlog waren wij zeer gelukkig met vader en moeder te Hooghlede. Ziehier de omstandigheden in welke wij hebben moeten vluchten of ons vertrek; wij zijn vertrokken in de maand October op eenen Dinsdag namiddag uit vrees voor het geschut der Duitschers. Onze gode moeder is achtergebleven en zie hier waarom, zij zegde altijd dat zij nooit ging vluchten en was niet bevreesd…
Marie-Jeanne Vereecke (Oostende)
Marie-Jeanne Vereecke
Mijne lotgevallen sedert den oorlog
Voor den oorlog woonde ik te Oostende met Papa en Mama wij waren met vier kinderen; twee knechtjes en twee meisjes wij stelden daar zoowel en hadden niets te kort. Maar wij hoorden al met eens spreken van den oorlog en wij dachten dat wij ook gingen moeten vluchten. Maar op een zekeren dag kwamen kwamen de duitsche peerdemannen aangeloopen…