De medische keten van Ieper tot Neuville-sous-Montreuil

Voor de meisjes van het weeshuis van Sint-Juliaan en hun begeleiders en de anderen die iets later in Wisques terechtkwamen, was de keten van medische voorzieningen uitermate belangrijk…
Enerzijds kregen een aantal meisjes in één of meerdere van die hospitalen medische verzorging na het oplopen van verwondingen in de regio rond Ieper of na een ziekte als bv. buiktyfus tijdens de eerste oorlogswinter.
Anderzijds zijn er nogal wat meisjes die er familieleden hadden die er verzorgd werden omwille van hogergenoemde redenen. Van een aantal van hen zijn er ook ouders of andere familieleden overleden.
Vandaar dat we in deze studie over Wisques ook even de belangrijkste medische voorzieningen tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek en Frans-Vlaanderen willen belichten.

In het frontgebied hadden we voor onze regio:

  • Het Heilig Hart-ziekenhuis in Ieper
  • Het burgerlijk hospitaal in Poperinge
  • Het Elisabeth-hospitaal in Poperinge

In de noordelijke Westhoek waren dit de belangrijke plaatsen:

  • Het burgerlijk hospitaal in Sint-Idesbald Koksijde
  • De Ambulance l’Océan in De Panne
  • Het dispensarium in Veurne

In Frans-Vlaanderen waren onderstaande twee voorzieningen belangrijkst voor ‘Wisques’:

  • Het hospitaal Malassise bij Saint-Omer
  • Het Belgisch hospitaal in de Chartreuse van Neuville-sous-Montreuil

Ook in Frans-Vlaanderen, maar minder belangrijk voor Wisques:

  • Het hospitaal in Bailleul
  • De St John Ambulance Brigade Hospital in Etaples.
  • Het hospitaal in Haezebrouck

Bij het uitbreken van de oorlog werden zieken en gewonden uit de regio Ieper aanvankelijk verzorgd in het burgerlijk ziekenhuis op de kop van de Grote Markt van Ieper. Op die locatie bevindt zich nu de Rechtbank van Eerste Aanleg. Maar de oorspronkelijke toegangspoort mét opschrift heeft de oorlog overleefd en bevindt zich nog steeds in de Korte Torhoutstraat.
Na de oorlog werd dit ziekenhuis in de Lange Torhoutstraat gevestigd.

Het burgerlijk hospitaal werd in het begin van de oorlog al snel onbruikbaar door de beschietingen op de stad.
Er werden tijdelijke onderkomens gezocht in gebouwen vooral in de iets verder gelegen kloosters langs de Rijselstraat.

Begin december 1914 werd opnieuw geëvacueerd, deze keer naar de gebouwen van de psychiatrische instelling van het Heilig Hart, iets veiliger want buiten het eigenlijke stadscentrum langs de weg naar Vlamertinge/Poperinge.

Na de gasaanval van 22 april 1915 kwam er ook hier een einde aan de hospitaalactiviteiten in de gebouwen van het Heilig Hart en vonden vijf hospitaalzusters voor de rest van de oorlog onderdak in de vroegere concièrgewoning naast de stallen in een zijvleugel van de Sint-Paulusabdij waar de Wisquesmeisjes onderdak vonden in het hoofdgebouw van het Grand Château.
Het waren Mère Agnes, Soeur Elisabeth, Soeur Madeleine, Soeur Marguerite en Soeur Godelieve.

De zusters werden ingeschakeld voor ziekenverzorging in het dorp en de verdere omgeving. Sommigen gingen ook werken op de vroegere abdijboerderij ‘Ferme St Aldegonde’ vlakbij. Ze hadden er een goed contact met een dochter van landbouwer Edouard Clay van die boerderij. Dat meisje was ook niet te beroerd om af en toe wat appels naar de weesmeisjes te gooien door openstaande ramen van het weeshuis.

 

www.sint-juliaan.be - De zusters van het hospitaal in Ieper die na de evacuatie van het noodhospitaal in uit de gebouwen van het Heilig Hart verbleven in de vroegere concièrgewoning in het weeshuis te Wisques.
De zusters van het hospitaal in Ieper die na de evacuatie van het noodhospitaal in uit de gebouwen van het Heilig Hart verbleven in de vroegere concièrgewoning in het weeshuis te Wisques: Mère Agnes, Soeur Elisabeth, Soeur Madeleine, Soeur Marguerite en Soeur Godelieve.


De meisjes van het weeshuis zullen niet zoveel rechtstreeks contact gehad hebben met de hospitaalzusters die niet in de organisatie van de weeshuiswerking werden ingeschakeld, “moa deze van Kortrik en dedee van Iepre, da wos ’t zelfste niet hé” (Adronie).
Weesmeisje Adronie vertelt dat ze soms, zonder dat de zusters van Sint-Juliaan daar iets van wisten, een soepbeen of iets anders van voeding smokkelden naar de Ieperse hopitaalzusters uit de voorraden die de kinderen mochten ophalen bij de soldaten in de diverse militaire kampen in Wisques…

“… en ‘t woar’n doa Iengelschmans, mo da woar’n doa ol groote mann’n die doa zoaten, en wieder mè è kortewoagentje en è nunneke en è meiske of twee elk ziene toer achter d’overschott’n. En we keerd’n toen weere en in uus kloostre we staak’n nuus weg è, we gaav’n ol ’t geene da me mei an of, moar in de gang kostt’n we weg, w’an doa è broot uuthoald in è zak en è been voe soepe te moak’n. De zusterkes van ’t hospitaal van Ieper die nie mee kost’n werk’n weunden doa buut’n in ’t uus van de concièrge gewist in t’iede van de broeders. En ’t was één die keek oet masoeur nie en zag en d’andere, we liep’n weg oender nuuze skorte mè è been en è brood. En de zusters a’n toen è sneetje brood en ze kost’n è bitje soepe maak’n. En we gaav’n het toen an die andre zusters, moa deze van Kortrik en dedee van Iepre, da wos ’t zelfste niet hé […]”

Met de Eerste Slag bij Ieper en tijdens de eerste oorlogswinter werden zieken en gewonden op diverse plaatsen in Ieper verpleegd, dikwijls in gebouwen van de diverse kloosterordes in de omgeving van de Rijselstraat. Die waren enkele honderden meters verder verwijderd van het front dan het burgerlijk ziekenhuis op de Grote Markt.
Verzorging gebeurde er door enkele resterende Ieperse dokters, kloosterzusters, vrijwilligers-verpleegsters en vooral de Quakers van de Friends Ambulance Unit die zich als gewetensbezwaarden toch als vrijwilligers inzetten en voor Ieper en omgeving een héél belangrijke rol gespeeld hebben!

 

www.sint-juliaan.be - Vertrek van een 'Search Party' op zoek naar tyfusslachtoffers.  Vóór het 'houten huis' in de Rijselstraat.
Vertrek van een ‘Search Party’ door de Friends’ Ambulance Unit op zoek naar tyfusslachtoffers. Vóór het ‘houten huis’ in de Rijselstraat.
Vlnr.: Zr. Margriet (Lamotjes), Robert J. Stopford, Zr. Lucie, Thompson, Harris, Zr. Marguerite, Zr. Emilia, Jennings, Dr. Manning, J. Baker, Locke (achter Baker), Dr. Fox, Pastoor Delaere, Littleboy

Ik wist dat jullie nog zouden komen!!

Op 1 december 1914 trokken de pastoor van St.-Pieters Camille Delaere en Geoffrey Winthrop, de commandant van The Friends’ Ambulance Unit naar het Sacré Coeur.

De gebouwen van het psychiatrisch ziekenhuis voor vrouwen bevonden zich langs de weg naar Poperinge, net buiten de stadsrand en dus weer iets verder van het front en daarmee op een iets veiliger locatie.
Na de bombardementen die de stad te verduren kreeg, werden de psychiatrische patiënten op 21 november 1914 naar de Vaucluse geëvacueerd.
Vervolgens werd in een deel van de gebouwen een Franse ambulance opgesteld waar gewonde soldaten tijdelijk werden behandeld voordat ze verder naar Poperinge werden geëvacueerd.
Concièrge Gustaaf Delahaye verbleef er nog, samen met zijn gezin en had een deel van de gebouwen voor die Franse Ambulance afgesloten gehouden.  In zijn boek met oorlogsherinneringen ‘The Grace of Forgetting’ schrijft Young, ruim 40 jaar later, dat, wanneer Delaere en hijzelf er toekwamen om te zien of er daar mogelijkheden waren, Delahaye hen met een brede ‘smile’ begroette met de woorden: “Ik wist dat jullie nog zouden komen!!”
Het drietal zal daarna levenslang vrienden blijven.
Diezelfde dag, op amper enkele uren tijd, konden de Friends er een operationeel werkend ziekenhuis openen!

 

www.sint-juliaan.be - Het medisch team van het Sacré Coeur.
Hospitaalzusters (oorspronkelijk op de Grote markt, daarna evacuatie naar H. Hart) en de dokters en vrijwilligers van de Friends’ Ambulance Unit voor gebouwen van het Sacré Coeur.

 

www.sint-juliaan.be - Het Sacré Coeur-hospitaal
Burgerlijke gewonden in één van de ziekenzalen van het Sacré Coeur-hospitaal

 

De Franse ambulance vertrok waardoor alle lokalen door de FAU konden gebruikt worden.
Op 21 en 22 december 1914 werden de gebouwen gebombardeerd, waardoor het personeel gedwongen werd patiënten te evacueren naar de Oceaanambulance in De Panne. Het ziekenhuis heropende een week later de deuren op 27 december.

Verhoudingsgewijs vormden de gewonden niet de overgrote meerderheid van de ziekenhuispatiënten in het H. Hart. De moeilijke hygiënische situatie in de Westhoek leidde al snel tot een zware epidemie van buiktyfus.
Om de verspreiding van deze ziekte te beperken, werden verschillende maatregelen genomen. Met hulp van de FAU werden b.v. vanaf januari 1915 ‘Search parties’ georganiseerd. Deze huisbezoeken vonden tweemaal per dag plaats, aanvankelijk in het centrum van Ieper, later in de dorpen in de omgeving en in Poperinge.  Hierbij werd geïnformeerd naar de gezondheidstoestand van de gezinnen en werden de zieken, indien nodig, naar het H. Hart overgebracht.
Deze bezoeken waren ook een gelegenheid om huizen die door de ziekte waren getroffen, te desinfecteren. Deze werden ook gemarkeerd op basis van de vastgestelde omstandigheden (een gele X voor gevallen van tyfus die niet zijn geëvacueerd, een gele V voor gevallen van tyfus die wel naar een ziekenhuis zijn geëvacueerd, een blauwe X voor gevallen van difterie en een rode X voor gevallen van roodvonk).

 

www.sint-juliaan.be - Het medisch team van het Sacré Coeur-hospitaal
Het medisch team van het Sacré Coeur-hospitaal.
Op de voorste rij (vlnr.): de pastoor van Sint-Jacobs, Zuster Antonia, Zuster Anna, Zuster Julienne, Zuster Aloysia, Zuster Elisabeth, Zuster Madeleine, een Karmeliet, de neef van Moeder Overste Agnes.
Daarachter: Jackson, Taylor, Harry Locke, Buckton, Dr. Smerdon, ?, Harvey, Gustave Delahaye, Harry Gray, ongekend, ongekend, ongekend, Robert J. Stopford, ongekend, ongekend .
Zuster Julienne zal later gedood worden door een obus die inslaat in het Elisabeth-hospitaal in Poperinge,
Zuster Elisabeth en Zuster Madeleine zullen na het sluiten van het Sacré Coeur de rest van de oorlog doorbrengen in een bijgebouw van het Grand Chateau in Wisques.

 

Een andere belangrijke maatregel tegen de tyfusepidemie was een grootschalige vaccinatiecampagne. Tussen 28 januari en 15 februari 1915 werden naar schatting 11.000 mensen voor het eerst ingeënt en 10.000 voor een tweede keer.  Die vaccinatiecampagne werd niet overal even goed onthaald door de wantrouwige bevolking.  Sommigen werden over de streep getrokken om tóch het spuitje te trotseren met de belofte van een sigaret achteraf.
Door de ernst van de epidemie moest het Heilig Hart Ziekenhuis uitbreiden tot ongeveer 150 bedden. Het ziekenhuis beschikte daarmee over vijf zalen waar patiënten werden ondergebracht afhankelijk van hun aandoening en geslacht:

  • Zaal Elisabeth: gewonde mannen
  • Zaal Leopold: gewonde vrouwen en kinderen
  • Zaal Albert: mannelijke tyfuspatiënten
  • Zaal Marie José: vrouwelijke tyfuspatiënten
  • Zaal Charles: vrouwen en kinderen met tyfus

 

www.sint-juliaan.be - De verpleegzaal voor de kinderen in het noodhospitaal van het H. Hart.
Vermoedelijk ‘Zaal Charles’ in het noodhospitaal van het H. Hart. Vrijwilligers van de FAU, Zr. Madeleine, Zr. Antonia, Voorovergebogen: Dr. Thompson en Gustave Delahaye, uiterst rechts: Zuster Aloysia.

 

Ondanks de hulp van de zusters van diverse Ieperse kloosters en meer dan 50 FAU-leden bleken de middelen onvoldoende. In overleg met de Belgische autoriteiten werd daarom beslist om veel patiënten over te brengen naar het (nood)ziekenhuis van Malassise nabij Saint-Omer in Frankrijk.

Begin februari 1915 kwam een ​​grote militaire ambulance uit Londen een deel van het Sacré Cœur-ziekenhuis in beslag nemen. Half maart kreeg ze gezelschap van een Belgische militaire ambulance.
Na de gasaanval op 22 april 1915 moesten de patiënten geëvacueerd worden naar de ziekenhuizen in Poperinge (burgerlijk ziekenhuis in de stad en het nieuwe noodhospitaal Elisabeth), waarmee een einde kwam aan het Sacré Cœur.

Gedurende zijn bestaan ​​van 1 december tot 22 april 1915 ontving het ziekenhuis 881 patiënten, waaronder 541 met tyfus en 153 gewonden.

In Poperinge werden de patiënten verdeeld over twee instellingen:

  • het burgerlijk ziekenhuis gerund door nonnen
  • en de Belgische ambulance Élisabeth (ook wel Château Élisabeth genoemd) beheerd door de Friends’ Ambulance Unit en gravin Maria van den Steen de Jehay

Het burgerlijk ziekenhuis in Poperinge moest zijn deuren sluiten op 24 april 1915 na het bombardement op de stad, waarbij tien slachtoffers vielen.
Tussen 4 december 1914 en 24 april 1915 werden er 235 patiënten verzorgd, van wie er 55 stierven, 25 geëvacueerd werden naar het Elisabeth-ziekenhuis en 104 geëvacueerd naar Malassise (bij Saint-Omer).

Het Elisabethhospitaal in Poperinge werd opgericht door gravin Maria van den Steen (op vraag van het hoofd van de Belgische medische militaire diensten in Calais dokter Mélis) in samenwerking met de Friends’ Ambulance Unit en fungeerde onder de koepel van de ‘Aide Civile Belge’.  De Aide Civile Belge had haar zetel in de gebouwen van het Château D’Hondt waar het Elisabethhospitaal eveneens gevestigd was.
Het was ook onder de koepel van de Aide Civile Belge dat Camille Delaere iets later zijn beide weeshuizen stichtte in Wisques en Wizernes.  Zeker het eerste jaar (tot de Aide Civile Belge in de lente 1916 besliste om de weeshuizen niet langer te ondersteunen en enkel nog voort te doen met de crèche) waren de contacten tussen Wisques en Elisabeth heel intens.

Het Elisabethhospitaal ontving de eerste patiënten op 20 januari 1915. Net als het burgerziekenhuis werd het getroffen door het bombardement van de stad. Tussen 24 en 28 april 1915 werden de patiënten geëvacueerd naar de Ambulance de l’Océan in De Panne, het burgerziekenhuis van Haezebrouck en het ziekenhuis van Malassise.
Vanaf dat moment veranderde de status van het ziekenhuis: het werd een zogenaamd “clearing hospital” – een overgangsziekenhuis – voor zowel burgers als militairen. Er werden gewonden en zieken behandeld en ook bevallingen uitgevoerd. Op “Het Couthof” in Proven enkele kilometers verderop werd een nieuwe afdeling opgestart.

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Koningin Elisabeth en Prins Leopold
Koningin Elisabeth en Prins Leopold op bezoek in de schuilplaatsen rond het hospitaal. Gravin Maria van den Steen in de achtergrond.
(Bron: Photographs, 1915-1916, Morley Family papers (MC 807), Quaker & Special Collections, Haverford College, Haverford, PA.)

 

www.sint-juliaan.be - Wisques

"Et comme pour rire plus à son aise, la lingère s'est réfugiée dans sa lingerie, la porte s'ouvre, et le Général Inspecteur etc... entre seul. Mais il n'est plus l'officiel. C'est le bon Mélis, le médecin de notre famille. ===== Wat doet u hier?" zegt hij. "Ik kom u halen. Een vreselijke tyfus heerst in Vlaanderen, decimeert de burgerbevolking en bedreigt de Franse en Britse legers. Er moet onmiddellijk een ziekenhuis worden opgericht in Poperinge. Ik benoem u tot directrice. Vertrek meteen." En op mijn stomverbaasde gezicht, dat om uitleg vroeg, antwoordde hij met deze uitdrukking, die gangbaar was in het Belgische leger, waar men alles deed met niets: "Trek uw plan." En zo stonden we op 14 januari 1915 in Poperinge."

www.sint-juliaan.be - De verpleging in Poperinge
“De verpleegsters van de Gravin en Britse verplegers”
(Bron: Photographs, 1915-1916, Morley Family papers (MC 807), Quaker & Special Collections, Haverford College, Haverford, PA.)

 

 


 

www.sint-juliaan.be - Gewonde Belgische soldaten in het hospitaal in Poperinge.
Gewonde Belgische soldaten in het hospitaal in Poperinge.
(Bron: Photographs, 1915-1916, Morley Family papers (MC 807), Quaker & Special Collections, Haverford College, Haverford, PA.)

 


 

www.sint-juliaan.be - Gewonde Belgische soldaten in het hospitaal in Poperinge
Gewonde Belgische soldaten in het hospitaal in Poperinge
(Bron: Photographs, 1915-1916, Morley Family papers (MC 807), Quaker & Special Collections, Haverford College, Haverford, PA.)

 


 

www.sint-juliaan.be - Hospitaal in Poperinge - Barakken voor burgerlijke patiënten
Hospitaal in Poperinge – Barakken voor de burgerlijke patiënten
(Bron: Photographs, 1915-1916, Morley Family papers (MC 807), Quaker & Special Collections, Haverford College, Haverford, PA.)

 


 

www.sint-juliaan.be - Het Elisabethhospitaal in Poperinge De staf in de kelder van het kasteel.
Ongebruikelijk voor hospitalen: alle medewerkers, zonder onderscheid tussen rangen, nemen de maaltijd door mekaar.
In de kelder van het kasteel D’Hondt.
(Bron: Algemeen Rijksarchief Brussel)

 


 

www.sint-juliaan.be - Het Elisabethhospitaal in Poperinge - De apotheek van de 1ste hulppost.
De wachtzaal van het Elisabethhospitaal in Poperinge.
(Bron: Algemeen Rijksarchief Brussel)

 


 

www.sint-juliaan.be - Het Elisabethhospitaal in Poperinge - De zaal voor de mannen.
Het Elisabethhospitaal in Poperinge.
De zaal voor de mannen.
(Bron: Algemeen Rijksarchief Brussel)

Het ziekenhuis van Malassise, ondergebracht in een klooster en schoolgebouwen, opende op 28 februari 1915 zijn deuren voor Belgische burgers uit de regio’s Ieper, Poperinge en Veurne die leden aan tyfus.
Het werd beheerd door de medische diensten van het Britse leger (Royal Army Medical Corps – RAMC) en ondersteund door het personeel van het Britse Rode Kruis. Het ziekenhuis bood plaats aan 900 patiënten. Toen de epidemie afnam, verliet het Rode Kruis het gebouw en werd het volledig overgedragen aan de RAMC.

www.sint-juliaan.be - Oproep tot registratie tyfuspatiënten
Aankondiging van de oprichting van het hospitaal voor tyfuspatiënten. De naam Malassise wordt er echter niet bij vermeld.

 

Aanvankelijk waren er ook enkele Belgische artsen in de Malassise werkzaam.  Tot in oktober 1915 waren het aanvankelijk dokter Dewulf en later dokter Vermeersch die twee- tot driemaal per week naar Wisques en Wizernes kwamen om er de medische situatie op te volgen. 
Het was Dr. Dewulf die in Wisques de autopsie verrichtte op de niet-geïdentificeerde baby die enkele dagen na de gasaanval in Langemark (22 april 1915)  in de crèche van Wisques was toegekomen en door het gas geïntoxiceerd was.  Het was eveneens dokter Dewulf die enkele weken later ontdekte hoe de vork in de steel zat met ‘Klein Mariaatje’ uit Wisques en haar mama die zwaar ziek in de Malassise te bed lag…
Na het vertrek van de Vlaamse dokters Dewulf en Vermeersch namen Britse militaire artsen hun verzorgende rol in Wisques over.

De medische zorg wordt verzorgd door de autoriteiten van het Engelse Militaire Hospitaal nr. 7. De heer dokter Vermeersch uit Oostende, verbonden aan het ziekenhuis, heeft dokter Dewulf opgevolgd, die elders werd benoemd. Hij bezoekt het weeshuis minstens drie keer per week. Het weeshuis beschikt over een badkamer. Er zijn twee kamers die uitstekend als ziekenboeg kunnen dienen. Hun grootste verdienste is echter dat ze bijna altijd leeg blijven. Wat betreft de medische en hygiënische zorg voor onze dierbare wezen, moeten we onze dankbaarheid uitspreken aan generaal Sir Arthur Slogett, K.C.M.G.; kolonel S. Guise-Moores A.M.S.; luitenant-kolonel C.E. Pollock R.A.M.C.; majoor H. Harding R.A.M.C.; luitenant R. Broson R.A.M.C.; luitenant Hunter R.A.M.C.; en vooral aan dokters Dewulf en Vermeersch, wier toegewijde en waakzame zorg onbetaalbaar is en het weeshuis tot een eersteklas gezondheidsinstelling heeft gemaakt.

Op 16 oktober vertrekt Dr. Vermeersch, die al vele maanden aan het weeshuis verbonden was en zich daar met volledige toewijding inzette. Hij vertrekt met de dankbare herinneringen en diepe erkentelijkheid van de kinderen, het personeel van de crèche, de religieuzen en de directeur.  Hij zal worden vervangen door Dr. Brown van La Malassise.

Op 18 oktober vond de eerste medische visite plaats van Dr. Brown, een Engelse arts verbonden aan het militaire hospitaal van La Malassise. Kolonel de Jonghe, hoofd van de Belgische missie in Saint-Omer, heeft aan de Engelse kolonel in La Malassise gevraagd om de medische zorg te verzekeren voor de Belgische weeshuizen in Wisques en Wizernes. Een Belgische auto vergemakkelijkt de medische bezoeken. Dit eerste bezoek is voor ons een garantie van de aandacht en zorgvuldige medische hulp die Dr. Brown al aan de kinderen heeft besteed in zijn eerste bezoeken deze week. Hij heeft grote waardering uitgesproken voor de organisatie en de methodische aanpak die door Dr. Vermeersch in de crèche werd geïntroduceerd. Hij heeft zich er al op toegelegd om onze kleine apotheek te voorzien van alles wat de strenge winter zou kunnen vereisen.

Het Belgische ziekenhuis van Neuville-sous-Montreuil was gevestigd in een voormalige abdij van de Chartreuse-orde vlakbij Montreuil-sur-mer.

www.sint-juliaan.be - Wisques

Het vroegere Kartuizerklooster verloor zijn monastieke functie wanneer de monniken het pand verlieten als gevolg van de wet van 1901 (dezelfde wet waardoor ook de gebouwen van de Sint-Paulusabdij van Wisques leeg kwam te staan tot de weesmeisjes uit Sint-Juliaan en de Westhoek er hun intrek namen).
De Chartreuse werd in 1907 omgevormd tot een sanatorium. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het gebouw ingericht als het grootste Belgische ziekenhuis in Frankrijk.  De Chartreuse opende op 5 maart 1915 zijn deuren en op 13 maart werden de eerste patiënten verwelkomd. Het werd beheerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken onder minister Paul Berryer en was bedoeld om Belgische vluchtelingen en geëvacueerden op te vangen en beschikte over maximaal 700 bedden.
Het was een echt stadje met 1200 vluchtelingen, vooral afkomstig uit de Westhoek, die er tot maart 1919 een onderdak vonden. In de loop van de Eerste Wereldoorlog werden er een 5000-tal patiënten verzorgd.
Een administratie en tal van diensten kregen er een plaats om in de noden van de gemeenschap te kunnen voorzien.
Het ziekenhuis herbergde burgers, religieuzen, een schoolkolonie en een militaire sectie waar soldaten met verlof of om te herstellen opgenomen werden.
Ongeveer een tiende van de gehospitaliseerden stierven er, voornamelijk ten gevolge van tyfus, ontberingen tijdens de vlucht, hoge leeftijd en de Spaanse griep. Soms werden tot 5 mensen per dag begraven, waarvan sommigen gezamenlijk, in de weide op wandelafstand ten noordwesten van de abdij.
In de jaren 60 en 70 werden alle bovengrondse tekenen van de begraafplaats verwijderd. De graven werden met een extra laag aarde bedekt. Vandaag merk je enkel een lichte verhoging van het terrein en rest er enkel nog de betonnen sokkel van het kruis op de begraafplaats.

www.sint-juliaan.be - Wisques

De Chartreuse van Montreuil lag een heel stuk verder van Wisques dan de Malassise van St.-Omer.  Enkel de heel zware zieken van Wisques werden er verzorgd.  Verschillende ouders van meisjes in Wisques zouden hier overlijden en begraven worden op de vlakbije, later ‘vergeten’, begraafplaats die nu een koeienweide is geworden…
Er waren heel geregeld contacten tussen Wisques en de Chartreuse.  De hoofdgeneesheer Jonlet kwam geregeld op bezoek in Wisques maar de meeste contacten tussen Camille Delaere en ’Montreuil’ verliepen via de aalmoezenier van de Chartreuse: Theodoor Plouvier.
Er waren zeker parallellen tussen Camille Delaere en Theodoor Plouvier:

Camille Delaere was tot zijn benoeming als pastoor van de Sint-Pietersparochie in 1908 in Ieper een aantal jaren principaal geweest van het Sint-Amandscollege in Kortrijk, terwijl Theodoor Plouvier bij het uitbreken van de oorlog principaal was van het Sint-Aloysiuscollege van Diksmuide.
Plouvier was, naast aalmoezenier in de Chartreuse, ook directeur van de schoolkolonie daar terwijl Delaere directeur was in de schoolkolonie in Wisques.
Ook zij bezochten mekaar geregeld en samen met de leiding van de Chartreuse startten ze een systeem van ‘groepsaankopen’ op om betere prijzen te bedingen bij de aankoop van steenkool, voeding en andere zaken.

Dagboek Delaere 10/11/1915 Woensdag. Wij rijden naar Montreuil en nemen het noenmaal met MM. Stoffel en Ligy. … 's Namiddags naar de Chartreuse (Abbaye N.D. des Prés) te Neuville, groot Belgisch toevluchtshuis. Daar vind ik verscheidene Yperlingen. … Daar ook kon ik ten goedkoopste voorraad opdoen voor de gestichten.

Verslagboek 13/6/1916 Minstens één keer per maand ga ik langs bij onze huizen in Montreuil, wat ons een zeer aanzienlijke besparing oplevert.

Verslagboek 1/8/1916 Op 1 augustus hebben de Engelsen uit St. Omer, dankzij de vriendelijkheid van kolonel Sprot, een wagon met kolen gelost en ons gebracht. Ze kwamen aan op het station van Wizernes dankzij Dr. Jonlet, directeur van het Belgische ziekenhuis van Neuville s/Montreuil, naar waar ik de volgende dag terugkeerde.

Verslagboek 9/8/1916 Op woensdag 9 augustus schreef ik aan mevrouw Allen en de heer Kelland om de aanbeveling te bevestigen die ten gunste van de Belgische weeshuizen was gedaan door de sympathie van dokter Jonlet, directeur van het Belgische ziekenhuis van Neuville s/Montreuil.

Verslagboek14/9/1916 Donderdag 14 september. De directeur, Dr. Jonlet, en de kapelaan, de directeur Plouvier van de Chartreuse de Montreuil, arriveren bij ons; de sympathie van de directeur is ons zeer dierbaar omdat we de weeshuizen onder de beste omstandigheden kunnen bevoorraden. Het is ook via hem dat de mijnen van Bruay ons van steenkool voorzien.

Nadat Jeanne Baelde tijdens de bombardementen op Ieper in 1915 haar moeder had verloren, kwam ze met haar broers en zus in het burgerlijk hospitaal van Montreuil-sur-Mer terecht en verhuisde vervolgens, dankzij een tussenkomst van de zusters Lamotten, naar de schoolkolonie van Wisques.
Vier jaar later zag Jeanne in Rouen haar broers Maurice (11) en Albert (9) terug. Beiden waren enkele dagen voordien overgeplaatst van Joué-lez-Tours naar Ouville l’Abbaye.
Hun vader Emiel Baelde bleef nog een week langer in de schoolkolonie van St.-Paër waar hij bij het hulppersoneel was tewerkgesteld.

Sommige kinderen werden teruggebracht toen hun ouders uit het ziekenhuis kwamen, zoals de Baelde-kinderen uit Ieper. Deze werden op 28 april 1915 gevonden in een plas bloed, het bloed van hun ouders. Negen mensen uit twee families sliepen op wat houten planken op de grond, in een smalle keuken. Er viel een granaat op het huis en vier mensen waren gedood. De vader en zijn oudste zoon waren gewond. Enkel de kleintjes Robert en Albert en hun zusje baby Jeanne bleven ongedeerd, werden opgevangen in Wisques en teruggebracht toen de vader en zoon het ziekenhuis konden verlaten.

Emma en Maria Declercq uit Dikkebus werden er op verzoek van onderpastoor Vanwalleghem, na tal van omzwervingen door de dorpen in de regio, door de Friends op 18 juni 1915 naar Wisques geëvacueerd.
Kleine zus Godelieve (2,5 jaar), werd wellicht samen met haar vader Cyrille, naar de Chartreuse van Montreuil overgebracht.  Vader Cyrille overleed er 3 maanden later op 5 augustus 1915.  Hierna kwam Godelieve terecht in de schoolkolonie van Veulettes-sur-Mer. 
Na het overlijden van moeder Sylvie Verslype vroeg Camille Delaere aan de minister van Binnenlandse Zaken de overplaatsing aan van Godelieve naar Wisques.  Dankzij mijnheer Trinvault, een weldoener van de schoolkolonie die de overplaatsing bekostigde, reisde de toen 6-jarige Godelieve naar Parijs waar ze, na een dag rust in de schoolkolonie in de Rue de la Santé, werd opgehaald door een medewerkster van de schoolkolonie van Wisques nabij St.-Omer.  Ze werd er met haar zusjes herenigd op 8 augustus 1917.
Metser Cyrille Declercq ligt nog steeds in graf nr. 46 van de ‘Vergeten Belgische Begraafplaats’ onder de koeienweide in Neuville-sous-Montreuil.

Vóór den oorlog woonde ik te Dickebusch en wij waren werkmenschen en wij leefden bij vader en moeder, wij zijn zeven kinderen als den oorlog begon was ik 10 jaar oud en Maria 8 jaar en Godelieve was 2 ½ jaar. Wij zijn moeten vluchten naar Stavele omdat de duitschers nader kwamen, maar hadden ook nog eenige kleeren mede, en wij kwamen daar als het reeds laat in den avond was, wij waren wel ontvangen bij familie. Vader was nog t’huis, en wij hebben hem nooit meer gezien hij was ziek en konde naar ons niet komen de Engelsche hebben hem naar het hospitaal gedaan en hij is daar gestorven. Vader en moeder zijn gestorven binst den oorlog van de ziekte, vader is gestorven in ’t hospitaal te Montruil den 8°den Augustus 1915. En Moeder te Dickebusch den 14den Februari 1916. Nu zijn wij weeskinderen maar hoe gevoelig ook het verlies van vader en moeder ontbreekt ons docht niets, dank aan de goede zorgen van de zusters en van den Heer Bestuurder.

Marie-Louise, Martin, André en Godelieve waren de kinderen van bakker Abdon Dedier uit Westrozebeke en zijn vrouw Asterie Vandendriessche.
Na het oprukken van de Duitse troepen vertrok moeder Asterie met de kinderen, vader Abdon bleef nog even achter om te proberen om nog zoveel mogelijk koopwaren te verkopen.  Uiteindelijk kwam het hele gezin in Vlamertinge terecht waar moeder Asterie later aan tyfus overleed.
Vader Abdon kreeg eveneens tyfus en werd overgebracht naar de Chartreuse van Montreuil, zijn zoontjes Martin en André kwamen in het jongensweeshuis in Wizernes terecht, zijn dochtertjes Marie-Louise en Godelieve in het meisjesweeshuis in Wisques.
Na zijn genezing bleef Abdon als bakker in de Chartreuse van Montreuil.  De weduwnaar leerde er een weduwe uit Langemark kennen, Leontine Pouillie, ze huwden er op 15 november 1917.
Op 5 mei 1919 bracht Camille Delaere Marie-Louise en Godelieve naar hun papa in de Chartreuse. Abdon en Leontine kregen nog een dochtertje: Jeanne werd op 28 december 1919 in Neuville geboren.

Vóór den oorlog, wij woonden te West-Roosebeke. Wij hielden winkel, herberg en bakkerij. Ik woonde daar met mijne ouders, met Martin en André en Godelievetje. Dan was ik bijna acht jaren oud. Martin was dan 6 jaren, André 2 jaren en Godelievetje was slechts één jaar. Wij zijn gevlucht omdat de Duitschers nader en nader kwamen. Zij schoten geweldig en wij waren toch zoo benauwd. Vader is achtergebleven, om nog wat koopwaren te verkoopen aan de Engelschen, maar, reeds s avonds, is hij bij ons gekomen, te Vlamertinghe. Wij hebben bijna alles moeten achterlaten. Wij hadden maar eenige kleederen, en wat eten mede voor langs den weg. Vader is nu, in het hospitaal, te Montreuil, in Frankrijk. Mijne broertjes zijn te Wizernes. Godelieve is hier bij mij, te Wisques. Wij zijn hier zeer goed en hebben niets te kort, dank aan de zorg van den Eerweerden pastoor van Sint-Pieters, van Yper, en van onze oversten.

Gezondheidszorg en medische voorzieningen in Wisques

Naast de véle praktische beslommeringen als de zorg voor slaapgelegenheid, voeding, verwarming, onderwijs, … was er ook de zorg voor hygiëne en gezondheid.

Hiervoor deed Camille Delaere beroep op de dokters die werkzaam waren in de Malassise bij St.-Omer en de Chartreuse van Neuville-sous-Montreuil toch al een heel eind verder.

Zeker in de periode tussen de opstart in april 1915 tot eind 1915 zal het medische luik heel wat kopzorgen met zich meegebracht hebben.  Heel wat kinderen kwamen verzwakt toe.  Vooral de kleintjes in de crèche hadden het moeilijk.  Zes kleintjes zijn er in 1915 gestorven.

Vanaf 1916 zien we een duidelijke verbetering in de algemene gezondheidstoestand van de meisjes.  Er zijn nog wel geregeld ziekenhuisopnames, maar sterfgevallen maken ze niet meer mee.

Naar het einde van de oorlog toe, ontstaan er bijkomende militaire hospitaalvoorzieningen in Wisques zelf.  Deze zijn gevestigd in de gebouwen en op de terreinen van de nabije Abbaye Notre-Dame.  Camille Delaere krijgt van daaruit ook medische ondersteuning.  Naar het einde van de oorlog toe, zien we hoe deze hospitalen ook zorgen voor ontspannende activiteiten.

Achiel Declercq – Verslagboek 1 augustus 1915

Voor een goede hygiëne volgt na elk lesuur een pauze. Minstens twee keer per week maken de leerlingen een wandeling.
Dinsdags en donderdags van 11 tot 12 uur is er na de middag een gezamenlijke activiteit.
Zaterdag is volledig gewijd aan lichaamsverzorging.

De medische zorg wordt gedragen door de autoriteiten van het Engelse Militaire Hospitaal nr. 7. De heer dokter Vermeersch uit Oostende, verbonden aan het ziekenhuis, heeft dokter Dewulf opgevolgd, die elders werd benoemd. Hij bezoekt het weeshuis minstens drie keer per week.

Het weeshuis beschikt over een badkamer. Er zijn twee kamers die uitstekend als ziekenboeg kunnen dienen. Hun grootste verdienste is echter dat ze bijna altijd leeg blijven.

Wat betreft de medische en hygiënische zorg voor onze dierbare wezen, moeten we onze dankbaarheid uitspreken aan generaal Sir Arthur Slogett, K.C.M.G.; kolonel S. Guise-Moores A.M.S.; luitenant-kolonel C.E. Pollock R.A.M.C.; majoor H. Harding R.A.M.C.; luitenant R. Broson R.A.M.C.; luitenant Hunter R.A.M.C.; en vooral aan dokters Dewulf en Vermeersch, wier toegewijde en waakzame zorg onbetaalbaar is en het weeshuis tot een eersteklas gezondheidsinstelling heeft gemaakt.

Hieronder wat nota’s die ‘het medische’ weergeven van het dagelijkse leven in het weeshuis van Wisques.

7/4/1915
Dutry Maria, hersteld in het ziekenhuis van Malassise (St. Omer), haar ouders waren vluchtelingen in Poperinge en zijn overleden in Frankrijk.
Ze werd toegelaten op verzoek van de kolonel van het Malassise-ziekenhuis.  Geboren te Passendale op 15 augustus 1905.

19/4/1915
– Brachez Madeleine, dochter van Jules, in Staden (binnengevallen deel) en Emilie Mandeville, in het Malassise-ziekenhuis, momenteel in het Belgische burgerlijk ziekenhuis Montreuil, in Neuville-sous-Montreuil, geboren in Staden in 1903.
– Michiel Antoinette, dochter van Adolphe Michiel, uit Ieper, moeder + in het ziekenhuis (Celine Reflet), geboren in Ieper op 21 januari 1904.

21/4/1915
– Doolaeghe Jeanne, dochter van Théophile, uit Ieper, momenteel in het Malassiseziekenhuis, moeder + vandaag, 10 jaar oud
– Doolaeghe Bertha, haar zus, 7 jaar oud
Deze twee zusjes werden van onder het puin opgehaald door de Canadese Ambulance in Ieper – hun moeder werd naast hen gedood door een granaatscherf.

20/5/1915
Overlijden in de crèche van Leontine Joutreyn. 21.00 uur – Begraven op 22 mei – Moeder in het Malassise-ziekenhuis. Op de hoogte gebracht.

28/6/1915
Op 28 juni: aankomst van Nollet Martha, 8 jaar oud, geboren in Langemarck.  Vader overleden – Verblijfplaats moeder onbekend.
Gewond door een granaatscherf werd ze behandeld in het Elisabethziekenhuis in Poperinghe en kwam ze vervolgens naar Wisques

12/8/1915
Vereecke Marie Jeanne, dochter van Victor, Lichtervelde, wonende in Oostende, vluchteling in Vlamertinghe, daarna in St. Jan Watou, en van Elisa Ackaert, overleden in het ziekenhuis van Hazebrouck op 24 juli ’15 – Geboren in Poperinge op 23 juli 1903.

28/8/1915
Ziek: een kind in Malassise: Marguerite Larnout: reumatische koorts

4/9/1915
Ziek: Een meisje, Marguerite Larnout, vervoerd naar Malassise – Staat al op en komt binnenkort terug.

18/9/1915
Algemene gezondheid: Zeer goed
Zieken:
– In het weeshuis: geen
– In La Malassise: Marguerite Larnout en Madeleine Charle
Teruggekeerd uit La Malassise: beide op zaterdag 18 september

11/12/1915
Algemene gezondheid: Uitstekend in het weeshuis; enkele baby’s in de crèche zijn ziek.

18/12/1915
Algemene gezondheid: Uitstekend in het weeshuis.
In de crèche overleden twee baby’s op 18 december aan een longontsteking: Albert Roose (1) omstreeks 8:30 uur en Zoë Havegeer (2) om 11:30 uur. Twee andere kinderen zijn nog ernstig ziek.
Opmerkingen:
(1) Albert Roose, bijgenaamd “Poufje”, zoon van Oscar, geboren in Hooglede op 14 oktober 1914.
(2) Zoë Havegeer, dochter van Cyrille en Emma Descamps, vluchtelingen uit Westroosbeke, geboren in het moederhuis te Poperinge op 11 februari 1915. Kort daarna werd de moeder gedood bij de ontploffing van een bom. De kistjes voor de begrafenis werden gemaakt door soldaat Haussé, van het territoriale regiment infanterie, 3e compagnie. Ze werden geplaatst in de kapel tijdens de Heilige Mis op maandag 20 december en begraven in Hallines om 8:45 uur.

25/12/1915
Algemene gezondheid: Uitstekend in het weeshuis. Verschillende kinderen zijn ziek in de crèche, waarvan één ernstig ziek.

26/12/1915
Algemene gezondheid: Uitstekend in het weeshuis, maar in de crèche overleed de kleine Omer Devloo, geboren in Hooglede op 10 oktober 1914, zoon van Oscar en ? [moeder onbekend], op 26 december, als gevolg van bronchitis en mesenteriale tuberculose. Hij werd begraven in Hallines op 29 december. De ziekte verspreidde zich in de crèche, maar er zijn geen kinderen meer die ernstig ziek zijn.
Handtekening: K.P. Kennedy, 7 General Hospital

8/1/1916
Algemene gezondheid: Uitstekend; er zijn geen zieke kinderen meer in de crèche.

17/7/1916
Dinsdag 17 – De oversten en ikzelf wonen de begrafenis bij van zuster Julienne van het ziekenhuis van Ieper, in Couthove. Zij werd op zaterdag 14 juli rond 17 uur gedood in het Elisabethziekenhuis van Poperinge door een granaatscherf. R.I.P.  [nvdr.: die oversten zijn Mère Godelieve van het weeshuis Sint-Juliaan/Wisques en Mère Agnès van het Ieperse hospitaal (verblijvend in de vroegere concièrgerie van de abdij)] 
De bombardementen op Poperinge zijn frequent en hevig.

26/8/1917
De kleine xxx, aangekomen uit Veulettes, vertoonde na twee of drie dagen symptomen van rode hond (Duitse mazelen). Ondanks onmiddellijke isolatie, besmette ze toch meerdere andere kinderen. Binnen enkele dagen lagen er vijftien kinderen ziek in de Elisabethzaal.
Twee kinderen kregen bronchopneumonie: Marie Vandendriessche en Judith Cordonnier, maar hun toestand gaf gelukkig geen reden tot ernstige bezorgdheid.
Dankzij medische en culinaire zorg herstelden de kinderen snel en konden ze spoedig weer deelnemen aan het gemeenschapsleven. In totaal werden 21 kinderen besmet.

4/3/1918
Maandag 4 maart – De auto van het Elisabeth-ziekenhuis brengt Martha Dillies terug, genezen.

6/3/1918
Woensdag 6 maart – ik breng Godelieve Declercq terug uit Poperinge, die ik samen met Martha Dillies op 6 februari naar het ziekenhuis in Couthove had gebracht.

15/4/1918
Maandag 15 april – Met de ambulance van Miss Fyfe breng ik negen zwarte zusters naar het ziekenhuis van Montreuil. Miss Fyfe, die op zoek is naar de zusters en voertuigen, arriveert tussendoor en vertrekt weer.

31/5/1918
Luitenant-kolonel Storrs, commandant van ziekenhuis 18 (Malassise), zal later het weeshuis bezoeken.

6/7/1918
Dokter Wilson, die sinds eind mei aanwezig was, wordt vervangen door de majoor, en vanaf half juli wordt dokter William Forsyth Gibb van ziekenhuis 18 in Malassise de behandelend arts.

21/7/1918
Zondag 21 juli – Nationale feestdag – Repetitievoorstellingen – Kolonel Newton van het Nieuw-Zeelandse ziekenhuis, kolonel Storrs van het militaire hospitaal 18 te Malassise, enkele officieren en zusters wonen de viering bij en zijn zeer tevreden.

1/8/1918
Donderdag 1 augustus – De kinderen worden verwacht in het ziekenhuis van Malassise: de kolonel laat hen ophalen met twee vrachtwagens en de Belgische autocar. Er zijn spelletjes met prijzen, lunch – een mooi feest.

11/9/1918
Woensdag 11 september – In het Nieuw-Zeelandse ziekenhuis bieden de sergeanten de kinderen een heerlijke lunch aan en een filmvoorstelling.

9/10/1918
Dr. Kapitein Jones van het 3e Canadese ziekenhuis doet zijn eerste medische bezoek.

19/11/1918
19 november. Feest in het Nieuw-Zeelandse ziekenhuis. De kinderen worden getrakteerd op lekkernijen en speelgoed. Afrikaanse dans, filmvertoning, lunch. Het was echt te veel.

23/4/1919
Op dezelfde dag brengt dokter Jean Jacqnars, medisch hulp-majoor bij het 27e artillerieregiment, gevestigd in de Rue Gambetta 32, zijn eerste medisch bezoek aan het weeshuis.

Sinds het vertrek van de Engelsen was deze dienst niet meer verzekerd. Ik heb mij gericht tot de Directeur-Generaal van de gezondheidsdienst in Rijsel (Lille), die de hoofdarts van het 87e ziekenhuis van Saint-Omer de opdracht heeft gegeven om voor onze kinderen te zorgen.

In de maanden na de opstart van de crèche in Wisques kwamen heel wat kindjes er erg verzwakt toe…
Overlijdensaktes in Wisques van kinderen die in ‘Le Grand Château (Orphelinat Belge)’ gestorven zijn in 1915:
– 29 april 1915: Onbekend meisje van 2 à 3 maanden
– 20 mei 1915: Léontine Joutreyn, 5 maanden
– 12 juni 1915: Victor Dillies, anderhalf jaar
– 18 december 1915: Albert Roose, 16 maanden
– 18 december 1915: Zoé Havegeer, 10 maanden
– 26 december 1915: Omer Devloo, 16 maanden

Vanaf 1916 is er een duidelijke verbetering in de gezondheidssituatie van de kinderen, er zijn geen overlijdens meer.

De kinderen werden begraven op de begraafplaats van het dorpje Hallines, een drietal kilometer verder.  Het kerkhof van Hallines ligt rond het kerkgebouw dat ooit werd opgetrokken en bekostigd door de familie Dambricourt.
Langs de ene zijde liggen de familiegraven van de Dambricourts, waaronder ook het graf van ‘Madame Pagniez’ (bij geboorte ook een Dambricourt). Zij hielp beide weeshuizen opstarten in maart-april 1915 en was destijds dé belangrijkste ondersteuner ter plaatse ervan.
Op de begraafplaats zochten we aan de andere zijde naar de grafjes van de zes kleintjes die tijdens hun verblijf in de loop van 1915 in ‘de crèche’ van het weeshuis stierven. Hun grafjes waren er niet meer. Destijds zullen ze enkel een klein houten kruisje gekregen hebben, zonder een ‘Concession de perpétuité’…
Door de vergelijking met overlijdensdatums op graven in de buurt en de aanwezigheid van enkele Commonwealthgraven uit hetzelfde overlijdensjaar 1915, konden we wel ongeveer de oorspronkelijke locatie vermoeden. We dachten er even aan hen…

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Overlijden 29 april 1915: Onbekend meisje van 2 à 3 maanden
29 april 1915: Onbekend meisje van 2 à 3 maanden

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Overlijden 20 mei 1915: Léontine Joutreyn, 5 maanden
20 mei 1915: Léontine Joutreyn, 5 maanden

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Overlijden 12 juni 1915: Victor Dillies, anderhalf jaar
12 juni 1915: Victor Dillies, anderhalf jaar

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Overlijden 18 december 1915: Zoé Havegeer, 10 maanden
18 december 1915: Zoé Havegeer, 10 maanden

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Overlijden 18 december 1915: Albert Roose, 16 maanden
18 december 1915: Albert Roose, 16 maanden

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Overlijden 26 december 1915: Omer Devloo, 16 maanden
26 december 1915: Omer Devloo, 16 maanden

 

www.sint-juliaan.be - Wisques - Overlijdens Wisques 1915
In het dorp Wisques waren er in 1915 negen overlijdens. Zes van hen waren kinderen uit de crèche van het weeshuis…